Nieuws

De medewerker van morgen is SLIM

De medewerker van morgen is SLIM
23 juni 2022

Werk staat niet stil, zeker niet in het tuinbouwcluster. Voortdurend worden nieuwe technieken en processen ingevoerd. Het is dus zaak dat medewerkers meebewegen en de juiste competenties leren. Maar wat zijn dan de competenties van de toekomst, en hoe kunnen werkgevers hun medewerkers helpen in hun ontwikkeling? “Als je te weinig investeert in opleiding en ontwikkeling, dan krijg je medewerkers met vierkante wielen.”  

“We willen graag dat onze medewerkers weten waar zij goed in zijn, zodat zij zich vanuit hun talenten ontwikkelen”, vertelt Amanda van Herwaarden van Koppert Biological Systems. “We vinden het belangrijk dat leidinggevenden meer inzicht krijgen in de talenten en de sterke punten van hun medewerkers. Dit om te zorgen dat de ontwikkeling en inzetbaarheid van onze medewerkers gewaarborgd blijven.” 

Koppert Biological Systems is – samen met Duijvestijn Tomaten en Greenport West-Holland – initiatiefnemer van het Project SLIM. Dit project heeft als doel opleidingsbehoeften en toekomstige competenties bij de twee bedrijven in beeld te brengen. Het is dan ook  de bedoeling dat andere bedrijven in het tuinbouwcluster de methodiek daarvoor ook kunnen toepassen in de Horti Academy. 

“Met Project SLIM willen we de toekomst van de sector borgen”, vertelt projectleider Hanneke Bor van Greenport West-Holland. Anneke Postma van Kasgroeit, een van de kennispartners van het project: “Veel vacatures worden niet vervuld omdat de mensen er simpelweg niet zijn. We wisten al enige tijd dat dit eraan zat te komen, maar toch is er nog steeds onvoldoende aandacht voor intern opleiden. Welk potentieel heb je al rondlopen? Ken je ieders talenten?”  

 
Talenten ontwikkelen 

Koppert Biological Systems, Duijvestijn Tomaten en Greenport West-Holland vroegen gezamenlijk een subsidie aan bij de Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM). Met die regeling wil het kabinet leren en ontwikkelen in het mkb vanzelfsprekend maken.  

Van Herwaarden van Koppert Biological Systems: “We willen graag dat onze medewerkers weten waar zij goed in zijn, zodat zij zich vanuit hun talenten ontwikkelen. We vinden het belangrijk dat leidinggevenden meer inzicht krijgen in de talenten en sterke punten van hun medewerkers. Dit om te zorgen dat de ontwikkeling en inzetbaarheid van onze medewerkers gewaarborgd blijft.” 

Vierkante wielen 

Voor het Project SLIM wordt samengewerkt met Inholland, De Haagse Hogeschool, Lentiz, Kasgroeit en HortiHeroes. Postma van Kasgroeit: “Organisaties die minder investeren in opleiding en ontwikkeling zullen meer moeite krijgen de medewerkers mee te nemen in de veranderingen. ‘Want zoals het toch altijd ging is toch goed?’ Vaak moeten medewerkers vragen aan hun werkgever of ze zich mogen ontwikkelen. Maar de kunst is om de medewerkers te activeren.” 

“Dat vraagt meer kennis en vaardigheden van hoe je mensen motiveert, de manier van leidinggeven, en wat je kunt doen aan goed werkgeverschap”, vertelt Postma. “Als je hier te weinig in investeert krijg je medewerkers met vierkante wielen. Je krijgt de kar niet meer aan het rollen bij veranderingen. Er ontstaat meer weerstand. En daardoor kun je als bedrijf onvoldoende meebewegen bij ingrijpende veranderingen. Dat is een financieel risico.” 

Kruisbestuiving 

Een van de onderdelen van het project is dus het in kaart brengen van toekomstige competenties. Bor: “Onder leiding van de onderzoekers Ellen Sjoer (De Haagse Hogeschool) en Petra Biemans (Inholland) willen wemeer inzicht in wat nodig is. Dit doen we door met elkaar maatwerksessies te houden, specifiek voor één van de twee bedrijven, maar ook door de opgehaalde informatie en kennis weer bij elkaar te brengen. Zo ontstaat kruisbestuiving doordat we gebruik maken van álle kennis en ervaring van de deelnemers aan het project.” 

“Daarnaast hebben we een bedrijfsscan opgeleverd waarmee binnen de sector kan worden gewerkt”, vervolgt Bor. “Deze scan is getoetst en uitgevoerd door en bij Koppert en Duijvestijn. Op basis van deze bedrijfsscan werd duidelijk wat de behoeften aan ontwikkeling zijn. Voor nu én ook in de toekomst. We werken nu aan het thema leiderschapsontwikkeling bij Duijvestijn en aan een traineeship voor Koppert.” 

Horti Academy 

De deelnemers aan Project SLIM zijn concreet aan de slag gegaan met de resultaten. Van Herwaarden van Koppert Biological Systems: “Naast een leiderschapscurriculum hebben we ook ons eigen leiderschapsmodel en -programma ontwikkeld. Onze leidinggevenden nemen hun medewerkers mee in de ontwikkelingen van onze organisatie. Onze medewerkers geven aan welke competenties in de nabije toekomst nodig of noodzakelijk zijn om ook in de toekomst succesvol te kunnen blijven.” 

Andere bedrijven in het tuinbouwcluster kunnen in de toekomst ook gebruikmaken van de resultaten van Project SLIM, vertelt Bor. “We werken aan nog meer samenwerking tussen de opleiders, zodanig dat dit wellicht onder één noemer te vinden is straks. Dat zou zo tof zijn! Dat er een Horti Academy ontstaat waar je voor alle opleidingsvragen terecht kunt.” 

Wat bedrijven nu al kunnen doen om zich beter voor te bereiden op de toekomst? Postma van Kasgroeit: “Verdiep je in de verschillende generaties. Waar heeft de medewerker behoefte aan? Zo willen steeds meer jongeren maximaal 32 uur werken. Dat betekent dat je oude normen en waarden moet loslaten, bijvoorbeeld als het gaat om flexibiliteit van medewerkers. Hoe flexibel ben je zelf en wat krijgen je medewerkers ervoor terug?” 

Mensen verbinden 

Van Herwaarden van Koppert Biological Systems is enthousiast over de samenwerking binnen Project SLIM. “Het heeft ons laten zien dat we met ons HR-beleid goede stappen maken. Uiteraard staan we nog aan de vooravond en hebben we nog een lange weg te gaan. Participeren in dit traject geeft ons de mogelijkheid om te sparren en kennis te delen en dat is nu al een mooie uitkomst.” 

Bor van Greenport West-Holland: “Misschien is nog wel het belangrijkste resultaat de verbeterde samenwerking, de erkenning van elkaars professionaliteit, de aan elkaar aangeboden hulp. In dit project hebben we ervaren hoe belangrijk het is om te verbinden. Organisaties kun je niet verbinden, dat gaat via mensen. En dat hebben we zien gebeuren en dat kan alleen nog maar groter worden.”